De steun van anderen was belangrijk voor me

Het verhaal van Sally

We horen het vaak: we moeten meer voor elkaar gaan zorgen, want anders wordt de zorg onbetaalbaar. Het aantal mantelzorgers is daarom groter dan ooit. Maar is de inzet van mantelzorg altijd wel zo makkelijk als in theorie wordt gedacht?

“Het idee dat familie, buren en vrienden moeten inspringen is in de praktijk makkelijker gezegd dan gedaan”, aldus Sally.

Haar echtgenoot Rob kreeg in 2011 de diagnose Alzheimer. “In de beginjaren konden we daar goed mee omgaan. Rob was open over wat er niet goed ging en we waren samen vindingrijk in het zoeken naar oplossingen.” Na het intrekken van zijn rijbewijs, ging Rob meer fietsen en toen dat ook niet meer ging, werd er meer gewandeld. Maar Rob verslechterde en had na verloop van tijd 24 uur per dag zorg nodig. “Behalve twee goede vrienden is ons netwerk in de buurt niet groot, omdat we uit het westen komen,” vertelt Sally, “bovendien waren we allebei tot aan ons pensioen druk met ons werk. Toen mijn pensioen inging, begon Rob te dementeren”.

Met behulp van KEaRN is er gezocht naar een maatje voor Rob, maar helaas lukte dat niet. Daarom was er betaalde hulp nodig. Sally: “Wij hebben het geluk gehad dat we via TinZ een adviseur in huis kregen, die hulp via de WMO kon aanvragen. Zij heeft ons echter direct aan een PGB in de WLZ (Wet Langdurige Zorg) geholpen.” Zodoende kon er voor Rob zorg en begeleiding die aansloot bij zijn manier van leven ingekocht worden. Eerst kwamen er vanuit Netwerk Plus twee thuisbegeleiders en toen het fysiek zwaarder werd, kwam Buurtzorg bij hen thuis. “Ik ben daar nog steeds heel dankbaar voor, we hadden beiden wat aan deze hulpbronnen!”

In die tijd bezocht Sally ook een partnergroep, geleid door twee casemanagers van TinZ. Dat gaf veel begrip en fijne contacten die zijn gebleven. “Wat ik in die tijd miste, was de mogelijkheid voor korte opname. Toen mijn man uiteindelijk opgenomen moest worden omdat we allebei niet meer sliepen, werd met behulp van de ouderenpsychiatrie Friesland de opname in Talma begeleid.” Er brak voor het echtpaar toen een opnieuw een zware periode aan. Opmerkingen als: “Ha fijn, nu kom je eindelijk eens aan jezelf toe”, sloegen wat Sally betreft compleet de plank mis: “Ik zat in een spagaat. Enerzijds hielp ik Rob zoveel als ik kon om te wennen aan het wonen in een verpleeghuis, maar thuis viel ik in een gat.” Want niet alleen was Rob weg, ook de hulpbronnen met wie ze zo vaak eens lekker kon bijpraten, kwamen natuurlijk niet meer langs. Toch was de rol van mantelzorger niet weggevallen. “Pas toen ik vanuit KEaRN Steunpunt Mantelzorg hoorde dat ik nog steeds als mantelzorger beschouwd werd, realiseerde ik me dat dat inderdaad zo was. Eigenlijk vond ik dat ik niet moest zeuren: ik was toch niet meer verantwoordelijk voor de zware zorg?”

Ondertussen weet ze wel beter: “Je komt van stap tot stap steeds in een nieuwe fase terecht, het proces van achteruitgang van Rob ging langzaam en vroeg iedere keer weer opnieuw om slikken, accepteren en nog zoveel als mogelijk contact houden met je man.”

Ze merkte dat het belangrijk was om jezelf niet terug te trekken en te denken dat iedereen het te druk heeft. Praten en delen bleek ontzettend belangrijk. “Ik kreeg steun van de verzorgsters, de arts en de partnergroep in Talma, en ik deelde veel met een vriendin wiens man ook in Talma zit”, vertelt Sally.

Op 23 februari van dit jaar is Rob in Talma overleden. “Je leest veel over rouw, maar dat wordt meestal beschreven vanaf de periode na het overlijden. Ik merkte dat ik dat proces al veel eerder ben ingegaan. Naast de zorg die je hebt over hoe het met je man gaat, en hoe het ziekteproces zal verlopen, verlies je steeds meer het contact met je man. Stapje voor stapje neem je al afscheid, verandert je man en je relatie. Het verwerken gaat door na het overlijden.”

Het verhaal van Sally